info@whitedots.nl | Voor 17:00 uur besteld is dezelfde dag verzonden | Gratis verzending voor orders boven €100 ,- | Shop hier de mooiste duurzame items
Selecteer een pagina

MEER DAN KLEDING

De mode industrie is één van de meest vervuilende industrieën ter wereld. Dit heb je vast weleens vaker gehoord, als jij je weleens in duurzame kleding hebt verdiept. Wij kunnen ons voorstellen dat dit heel veel vragen oproept. Waarom is de industrie dan zo vervuilend? Hoe zijn de werkomstandigheden van arbeiders in de fabrieken nou echt? Hoe kan kleding dan toch zo goedkoop worden aangeboden? En wat heeft dit voor gevolgen voor de toekomst? Heel begrijpelijk, en wij gaan dit hier voor je verduidelijken. We nemen je mee in de cijfers en willen je te laten zien waarom het zo belangrijk is om deze industrie te veranderen.

Gemiddeld bezitten mensen in Nederland zo’n 173 kledingstukken. Ongeveer 50 van deze kledingstukken liggen al meer dan een jaar ongebruikt in de kast.

Laten we beginnen met de kledingkast van de gemiddelde Nederlander. Uit onderzoek van de Hogeschool van Amsterdam blijkt dat we in Nederlands jaarlijks zo’n 46 nieuwe kledingstukken kopen. Daartegenover staat dat we jaarlijks ook zo’n 40 kledingstukken weggooien. Dit gaat bijvoorbeeld naar Zendingen Over Grenzen of wordt gerecycled. Uit het onderzoek blijkt verder dat we gemiddeld zo’n 173 kledingstukken in onze kast hebben hangen. Ongeveer 50 kledingstukken daarvan liggen al meer dan een jaar ongebruikt in de kast. Onderzoeksbureau Edited deed in 2017 onderzoek naar wat de consument bereid is voor zijn kledingstukken te betalen. Hieruit blijkt dat de massa gemiddeld zo’n €76 ,- overheeft voor een trenchcoat, € 67 ,- voor jeans, €40 ,- voor een witte blouse en €31 ,- voor een yogalegging en enkellaarsjes.

De prijs die we willen betalen is natuurlijk maar één ding, want dit zegt namelijk niets over de kosten die gemaakt moeten worden om kleding te kunnen maken. Het proces om kleding te maken bestaat uit verschillende stappen, die elk hun eigen kosten meebrengen.

Dit zijn gemiddelde prijzen voor een eerlijk gemaakte spijkerbroek

  • Materiaal €12 ,-
  • Arbeid €7 ,-
  • Transport €1,60
  • Douane €4 ,-
  • Marge retailer 2 – 5

 

Als een broek dus in totaal voor €24,60 is gemaakt en verstuurd, wordt deze in de winkels voor €123 ,- verkocht. Veel duurzame merken daarentegen, verkopen hun items met een marge tussen de 2 en 3. De kosten die zij maken voor het produceren van een broek liggen hoger, maar door de lagere marges kunnen de artikelen wel voor een betaalbare prijs aangeboden worden. Dit verschil wel heel erg per merk.

Nu zijn er heel veel winkels die niet duurzame kleding verkopen. Hun kostenplaatje ziet er anders uit. Zij willen kleding aanbieden voor de prijs die de markt wil betalen, en daarom moet de kosten worden gedrukt. De daadwerkelijke productiekosten van fast fashion ketens worden niet openbaar gemaakt, maar als we het rekensommetje van hierboven terugrekenen komen wij op de volgende berekening uit wanneer een shirt €9,95 in de winkel kost. (nogmaals dit is onze eigen inschatting)

  • Materiaal €0,61 ,-
  • Arbeid €0,18 ,-
  • Transport €0,30
  • Douane €0,90
  • Marge retailer 5

De kosten voor het maken van het artikel liggen rond de €1,99 en met een marge van 5, kan het shirt vervolgens in de winkels verkocht worden voor €9,95. Deze lage kosten, brengen problemen met zich mee in verschillende stappen van het productieproces.

MATERIAAL

Katoen is één van de meest gebruikte stoffen in de kledingindustrie. Katoen is een natuurproduct en wordt verbouwt op het platteland. Er bestaan grote katoenplantages in landen als: Amerika, Australië en Brazilië, maar er zijn ook veel kleine katoenplantage in landen als: India, Pakistan en veel West-Afrikaanse landen. Het plukken van katoen is arbeidsintensief werk en wordt op deze kleine plantages nog met de hand gedaan. Gemiddeld krijgen de boeren zo’n 33 tot 35 cent per kilo katoen. Een gemiddelde plantage in deze landen is tussen de 0,5 en 8 hectaren. Per hectare kunnen ze 800 kilo katoen per jaar verbouwen.

In dit voorbeeld gaan er ervanuit dat een boer 3 hectaren grond heeft. In totaal verbouwen ze dan 2400 kilo katoen per jaar wat zorgt voor een jaarlijks inkomen van €792 ,- . Van deze opbrengst moet nog alles af. De lonen moeten betaald worden (vaak werken er 5 tot 8 mensen op een plantage) en zijn er eventueel nieuwe materialen nodig.

De lonen voor de boeren zijn dus laag. Dit maakt het nog belangrijker voor ze dat er zoveel mogelijk katoen verbouwt wordt, want als er een oogst mislukt verdient de boer niks. Omdat katoen een natuurproduct is, heeft het dus ook te maken met elementen uit de natuur. De grootste ‘vijanden’ van de boeren zijn insecten, en deze willen ze dan ook graag bij de katoenplanten weghouden. Om de katoenplanten te beschermen gebruiken de boeren daarom chemicaliën. Deze chemicaliën zijn slecht voor de natuur, omdat ze in de grond blijven zitten. Dit zorgt ervoor dat na lange tijd de grond is uitgeput en onbruikbaar wordt om nog planten op te verbouwen. Daarnaast bestaat er vaak ook een grote kans dat de chemicaliën in het drinkwater terecht komt, omdat ze niet een veilige manier worden opgeslagen.

 

ARBEID

Arbeiders in kledingfabrieken hebben te lijden onder de druk van fast fashion ketens, om zo goedkoop mogelijk kleding te produceren. Veel kledingfabrieken staan in China, India en Turkije. De mensen die werken in deze fabrieken komen vaak van het platteland, omdat ze in hun eigen dorp weinig inkomen hebben, (nog minder dan in de fabrieken) of soms helemaal geen werk kunnen vinden. Een groot deel van het geld wat de arbeiders verdienen, sturen ze dan ook vaak op naar hun families om ze te helpen.

De omstandigheden in de fabrieken zijn vaak heel slecht. Niet alleen zijn de werkplekken onveilig, ook werken de arbeiders soms wel 16 uur aan een stuk door, worden ze verbaal mishandeld en vindt er seksuele intimidatie plaats. In deze slechte omstandigheden is het gemiddeld loon per maand rond de €88 ,- Dit is vaak beneden het leefbaar loon dat ze nodig hebben. De lonen verschillen per land, op de website van de Shone Kleren Campagne kun je zien hoeveel salaris er wordt verdient in de kledingfabrieken, per land, en welk leefbaar loon de arbeiders eigenlijk nodig hebben.

Een ander probleem wat voortkomt uit de fabrieken is de schade die ze aanrichten aan het milieu. Veel restafval wat uit de fabrieken komt, wordt gedumpt in de natuur. Dit zorgt ervoor dat drinkwater van de lokale bevolking wordt vervuild en de grond wordt aangetast.

Het is makkelijk om problemen die niet dichtbij zijn te negeren. Maar dat het goed mis is in de kledingfabrieken, is gebleken met de Rana Plaza ramp in Bangladesh (2013). De kledingfabriek Rana Plaza was een slecht onderhouden gebouw, en ondanks dat meerdere inspectierapporten op de problemen met de constructie van het gebouw hebben gewezen, bleef de fabriek toch open. Met de instorting van het gebouw zijn in totaal 1134 mensen omgekomen, 2000 mensen gewond geraakt en zijn er nog altijd 200 mensen vermist. Onschuldige mensen die daar enkel kwamen om te werken, vonden de dood door de druk van de mode industrie op de fabrieken.

Na de Rana Plaza ramp zijn voor veel mensen én bedrijven de ogen geopend, en zijn er veel nieuwe initiatieven gestart om de kledingindustrie te verbeteren. Mooie initiatieven die er uiteindelijk toe moeten leiden dat de misstanden in de industrie worden opgelost. Maar helaas gaat dit nog niet in een hoog tempo.

Het probleem oplossen begint volgens ons bij de consument, die vervolgens de kledingproducenten beïnvloeden. Als er de vraag blijft vanuit de consument om kleding voor spot prijzen aan te bieden, en er een constante hunker is naar nieuwe collecties, is het vrijwel onmogelijk voor kledingproducenten om voor elke stap in het productieproces een eerlijke prijs te betalen. De kosten moeten ergens worden gedrukt, om deze prijzen aan te kunnen bieden. Maar als de consument laat zien dat het bewuster om wil gaan met kleding, gaat de producent hier in mee. Hun uiteindelijke doel is kleding verkopen, wat voor kleding dit is, is afhankelijk van de consument.

Er zijn wel al kledingproducten die het beter willen doen, maar die lopen tegen problemen aan wanneer zij de fabrieken willen controleren. Er zijn fabrieken die handelingen ook outsourcen. Waar ze dit doen zijn ze vaak niet open over. Dit kan ertoe leiden dat de fabriek waar de producent zijn bestelling doet zelf wel aan alle regels voldoet, maar handelingen uitbesteedt aan een fabriek die de regels minder nauw neemt. Fabrieken besteden werk uit, om zo toch lage productieprijzen te kunnen bieden. Wanneer je weer teruggaat naar het rekensommetje van hierboven, kun je zien dat hun kostenplaatje anders simpelweg niet uitkomt. Hun enige optie is dus om het ‘stiekem’ uit te besteden aan een ander. Aangezien in deze kledingfabrieken de veiligheidsregels niet goed worden nageleefd, is een nieuwe ramp zoals met Rana Plaza ook niet uitgesloten.

Benieuwd naar wat jij kunt doen? De ketens worden gestuurd door wat de consument doet. Als blijkt dat niemand meer de goedkope kleding koopt, dan stoppen ze met het aanbieden en produceren hiervan. Als consument heb je dus zeker een stem! Denk goed na over waar jij je geld uitgeeft.